Zelfevaluatie
Ik heb in oktober 2024 een talentscan gedaan, waar ik aan moest geven welke vormen van communicatie ik voorkeur gaf, en hieruit zijn nuttige resultaten uitgekomen bij het aangaan of reflectie op een samenwerking.
Uit de grafiek Communicatiestijl is duidelijk uitgekomen dat mijn persoonlijkheid naar de rechterzijde van de grid leunt, en ik kan mij ook goed vinden in de resultaten. Ik vind mezelf ook erg expressief, ben vaak in een samenwerking graag met meerdere dingen tegelijk bezig en vertel ook graag wat voor ideeën ik te brengen heb. Daarnaast ben ik ook bij voorkeur directief, neem ik graag de leiding en durf de confrontatie aan te gaan. De valkuilen die hierbij komen kijken kan ik ook terugvinden in mijn persoonlijkheid. Ik kan weleens doordrukken of overheersend overkomen, maar dat probeer ik het liefst niet te doen natuurlijk omdat dit in een groepsverband kan storen. De communicatiestijl die uit de talentscan blijkt is waar mijn voorkeur naar uit gaat in een groepsverband, maar ik kan ook heel coöperatief en ook enigszins reflexief zijn als de samenwerking hiernaar verlangt. Wanneer bijvoorbeeld iemand in mijn groepje ook erg directief is neem ik een coöperatievere rol aan.


Ook uit het karakterprofiel blijkt dat ik erg aan de rechtse kant zit, alleen is deze grid iets specifieker. Wat mij bij deze opvalt is dat strateeg een 4 krijgt, terwijl ik deze nou juist bij mezelf aan vind sluiten en waarom ik het eerder in de communicatiestijl met de 7 voor directieve stijl eens was. De reden hiervoor is denk ik omdat strateeg aan de beheersende kant van de grid staat, en ik meer van het impulsievere ondernemen ben, wat aansluit bij de flexibele pionier. Toch vind ik mij erg goed aansluiten bij de kenmerken van een strateeg zoals koersbepalend en maakt beleid.
Om mijzelf verder te ontwikkelen zou ik mijn kernkwaliteiten kunnen gebruiken om een uitdaging aan te gaan. Ik gebruik hiervoor het model van Ofman:
Een van mijn kernkwaliteiten is dat ik welbespraakt ben. Dit is iets positiefs, maar de valkuil hierachter is dat ik ooit té dominant kan zijn in gesprekken wat iets negatiefs is, omdat dit een ander kan storen, of bijvoorbeeld andere goede ideeën aan de kant schuif omdat ik al zo overtuigd ben van mijn idee. De uitdaging hier is dat ik anderen de ruimte moet geven om te spreken, en zo de algehele samenwerking probeer te stimuleren. Hierin moet ik natuurlijk niet doorslaan, want de allergie in deze uitdaging is dat ik te terughoudend wordt in de communicatie, en mijn eigen mening volledig loslaat.
Een andere kernkwaliteit van mij is dat ik spontaan ben. De valkuil hiervan is dat dingen weleens ongeorganiseerd en chaotisch kunnen zijn. De uitdaging is ook dat spontaniteit geleid kan worden met structuur en planning. De allergie hiervan is dat de planning vast kan lopen als men ergens tegenaan loopt om structuur te behouden, wat je starheid kan noemen.
Tot slot is een van mijn kernkwaliteiten mijn besluitvaardigheid. Ik durf namelijk beslissingen te maken wanneer ik denk dat ik voldoende weet om een keuze te kunnen maken. De valkuil hiervan is dat ik ooit koppig over kan komen en misschien zelfs al te snel beslissingen maak voordat er verdere belangrijke informatie vrij is gekomen. De uitdaging hierachter is dus dat ik met geduld en beleid moet handelen. De allergie hiervan is dat ik teveel ga twijfelen of te afwachtend ben voor er een besluit genomen kan worden.

Persoonlijk ontwikkel- en actieplan
Specifiek | Ik wil mijn intrinsieke motivatie verhogen door doelen te stellen voor mezelf. |
Meetbaar | Ik stel wekelijks doelen op en kijk aan het eind van de week of ik deze heb behaald. |
Acceptabel | De gekozen doelen moeten niet te moeilijk zijn. |
Realistisch | Door zelf doelen te stellen en achter deze aan te gaan, kan ik mezelf belonen wanneer ik deze heb behaald. |
Tijdsgebonden | Na 2 maanden wil ik een minstens 8 persoonlijke doelen hebben voltooid. |
SMART-doel | Ik wil mijn intrinsieke motivatie verhogen door mezelf te motiveren met wekelijkse persoonlijke doelen, en na 2 maanden wil ik een betere intrinsieke motivatiebron opbouwen. |
Specifiek | Ik wil mijn werkdruk en stress verminderen bij drukke periodes |
Meetbaar | Wanneer ik periodes heb gehad waar ik veel werkdruk of stress heb ervaren wil ik reflecteren op waarom dit zo is gelopen en wat ik kan doen om dit te verminderen. |
Acceptabel | Dit verbeterd mijn welzijn en mogelijk mijn efficiëntie over lange periode. |
Realistisch | Door te reflecteren kan ik erachter komen wat deze werkdruk doet ontstaan. |
Tijdsgebonden | Na 3 reflecties wil ik kijken of het reflecteren heeft geholpen. |
SMART-doel | Ik wil mijn werkdruk en stress verminderen bij drukke periodes. Dit wil ik doen door te reflecteren op eerdere ervaringen, en na 3 reflecties wil ik terugkijken of dit reflecteren heeft geholpen. |
Specifiek | Ik wil mijn timemanagement verbeteren |
Meetbaar | Bij het plannen van dag- en weektaken geef ik mezelf een specifieke tijdsduur om deze taak te voltooien en kijk achteraf hoe deze inschatting was |
Acceptabel | Dit helpt mij met inzien hoelang ik ergens over doe of kan doen |
Realistisch | Het gebruik van een agenda helpt hiermee |
Tijdsgebonden | Na twee maanden wil ik mezelf controleren |
SMART-doel | Ik wil mijn timemanagement verbeteren door mijn dag- en weektaken specifieke tijdssloten te geven en te kijken of mij dit helpt om in te zien hoelang ik over iets kan of moet doen. Ik wil na twee maanden controleren of mijn timemanagement verbeterd is. |

Reflectie
Om terug te blikken op de de gestelde doelen die ik mezelf heb gegeven, gebruik ik mijn POP en PAP, plus de hulpmiddelen die ik heb gebruikt. Ten eerste mijn ontwikkeldoel om mijn intrinsieke motivatie te verbeteren. Ik heb voor dit doel gekozen omdat ik vaak moeite had met dingen uit mezelf doen, terwijl ik dit probleem niet had wanneer ook anderen betrokken zijn. Ik denk dat ik daarom ook een goed initiatief heb gesteld om door middel van kleine korte termijndoelen te stellen die mij door deze doelen te halen voldoening te geven. Als ik hierop terugkijk is er één ding wat mij vooral bijblijft en dat is dat ik gevoelig ben voor demotivatie bij mislukking. Wanneer iets niet lukt is de kans aanwezig dat ik hier een beetje in blijf hangen en daardoor zelfs andere doelen de dupe zijn van dat ik daar ook geen zin meer in heb. Tot slot ben ik alsnog tevreden met het resultaat van grote doelen kleiner maken om deze toegankelijker te laten lijken. Daarnaast had ik een doel om mijn werkdruk en stress te verminderen. Vaak waren de conclusies die hieruit maken makkelijk te zien, maar niet altijd makkelijk om op te lossen. Soms kwamen hier zelfs conclusies uit die mij misschien wel meer stress opleverden. Het doel zelf klinkt best goed, maar het heeft voor mij tot nu toe niet zoveel effect gehad. Tot slot had ik een derde doel om mijn timemanagement te verbeteren. Door mijn agenda effectief te gebruiken en voortaan een tijdsinschatting te geven weet ik mijn dag beter in te vullen, en minder vaak overweldigd raak van het werk wat ik mijzelf heb gegeven, of nou juist na een half uurtje niks meer op de planning heb staan. Ik kan hierbij ook zeggen dat dit doel voldoende resultaat heeft gebracht.
Samenwerken
In mijn reflectie op de I-screen test heb ik al kort toegelicht hoe mijn resultaten overeenkomen met mijn rol binnen samenwerkingen en hoe ik die invul. Ook in semester 3 heb ik aan vier projecten en diverse skills gewerkt waarbij samenwerking essentieel was. De resultaten van de I-screen test zijn, naar mijn mening, duidelijk terug te zien in deze groepsopdrachten.
De rol die ik vaak op me heb genomen was sturend: ik deelde graag mijn mening en werkte hard om te laten zien wat ik aan de groep kon bijdragen. Toch heb ik in één van deze samenwerkingen bewust een wat meer terughoudende rol aangenomen. Dit kwam doordat er iemand in de groep was met een vergelijkbaar karakter, en ik wilde de balans niet verstoren door mijn mening even vaak te delen als normaal. Dit vond ik geen probleem, omdat een van mijn ontwikkelpunten is dat ik inclusiviteit binnen groepsdiscussies moet stimuleren en geduldiger moet zijn bij het nemen van beslissingen.
Wat ik denk dat ik kan doen om toekomstige samenwerkingen beter te laten verlopen is werken aan mijn uitdagingen die ik mezelf heb gegeven. Wat ik vaak merkte is dat groepsleden het vaak fijn vonden wanneer iemand de orde probeerde te behouden binnen de samenwerking, maar ik kreeg ook weleens het gevoel dat ik bepaalde punten erdoorheen probeerde te halen waar de rest niet helemaal warm van werden. Hierom denk ik dat het belangrijk is om in de toekomst bijvoorbeeld belangrijke besluiten geduldiger aan te pakken en heel de groep betrekken.
Tot slot heb ik twee medestudenten, met wie ik dit semester heb samengewerkt, gevraagd om feedback over onze samenwerking. Zij kwamen met het volgende:
“Tijdens Digital & Data bleef Gino constant rustig terwijl sommige andere leden gestrest bezig waren. Ook nam hij vaak het voortouw als het nodig was om taken op zich nemen.” –Stein Hegger
“De samenwerking met Gino is eigenlijk altijd goed verlopen. Hij kwam altijd de afspraken na en werkte altijd fijn mee in de groep. Een top van tijdens zijn samenwerking was dat hij altijd zijn standpunt/mening durfde te geven. Een tip voor hem hierbij is wel dat hij ook wat meer een compromis kan proberen te sluiten.” –Siem Goossens